Kunst op de Zijlpoort


De kruiswegstaties

Aan de zijwanden van de kapel bevinden zich geschilderde kruiswegstaties. In  veertien taferelen wordt de lijdensweg van Jezus getoond. In 1751 zijn deze onderwerpen met een officiële beschikking vastgelegd.

Materialen: veertien schilderijen, olieverf op doek. Houten geprofileerde lijsten die grijs geschilderd zijn. Aan de binnenkant van de lijst loopt een goud geschilderd gipsen profiel. Dit profiel loopt door in de kuif van de lijst en vormt daar een halve cirkel waarin het nummer van de statie staat. De nummers, in Romeinse cijfers, zijn ook goud geschilderd.

De kruisweg is afkomstig uit de Hartebrugkerk.
Opvallende aspecten in de stijl van deze schilder zijn de langgerekte figuren en de theatrale houdingen. Dit zorgt voor een extra dramatisch effect. Alle veertien taferelen hebben een gelijkmatige belichting van de onderwerpen. Alleen de nummers XII, XIII en XIV zijn zeer donker van toon. Dit is niet verwonderlijk, aangezien het drama zijn voltooiing krijgt in deze laatste afbeeldingen. Maar we moeten hierbij ook in aanmerking nemen dat alle schilderijen ernstig vervuild zijn, met uitzondering van nummer VII, dat enkele jaren geleden geres­taureerd is.

Plattegrond van de begraafplaats

Naast de entree van de kapel, op de linkermuur, hangt een ingelijste plattegrond van de begraafplaats en Petruskapel met de signatuur van P.M.J. van Oerle.
De plattegrond dateert uit 1928. Op de plattegrond is de plaats van de baar in de kerk aangegeven. Opvallend is dat het altaar verder naar achteren is getekend dan het nu staat.

De buitenbeelden

Piëta

Wanneer men na een bezoek aan de kapel naar buiten gaat, is het eerste waar de blik naar toe getrokken wordt de piëta. Geplaatst aan het einde van het hoofdpad dat de begraafplaats recht doorkruist, is het een fraai aandachtspunt. De piëta is een bronzen beeld van de hand van de kunstenaar Frans Verhaak, daterend uit 1953. Verhaak was een leerling van de beeldhouwer Albert Termote, die zijn atelier in Voorburg had.

Dit beeld is in 1954 onderdeel geweest van de tentoonstelling ‘Kunstenaars uit Brabant’ in het Van Abbemuseum te Eindhoven.

Crucifix

Uit de vroege tekening van de begraafplaats, zoals die voorkomt op de naamlijst van de begraven priesters, blijkt dat er in het begin alleen een kruis stond bij de priestergraven. Op 15 december 1880 is dit vervangen door een ‘gesilicaat’ zinken beeld van Jezus, samen met een kruis en piëdestal en door pater L. Verhulst van de orde der Redemptoristen, op de begraafplaats gewijd en met de gewone aflaten verrijkt.

Op 7 oktober 1885 werden de beelden van de H. Maagd Maria en H. Johannes aangekocht en bij het Jezusbeeld geplaatst. Voor de voetstukken koos men massief hardsteen. Op deze manier schiep men dus een klassieke kruisigingsgroep.

In 1996 en 1999 werden er vernielingen aangericht op de begraafplaats. De beeldengroep was zeer ernstig beschadigd. Niemand kon meer de loodzinklegering repareren. Enkele kunstenaars, niet met naam genoemd, hebben hier hun best op gedaan. Alleen het hoofd van Johannes was niet meer te redden. In plaats van een metalen hoofd heeft hij nu een hoofd van gebakken klei.

Monument op het priestergraf

In 1885 werd een monument opgeleverd voor de priestergraven. Het monument heeft de vorm van een stenen doodskist. Op het deksel zijn de namen van de overleden priesters gegraveerd. Boven de namen liggen drie stenen wapenschilden met daarboven een schuin omhoog staande plaat waarop in reliëf doodsymboliek is aangebracht. Aan weerszijden van de kist is een schedel in reliëf te zien.

Verrijzenisbeeld

Het plan voor het plaatsen van een beeld in de laan bij het kinderkerkhof dateert uit 1889. Het is gemaakt door de heren Te Poel en Stoltefus te Den Haag. Deze beeldhouwers hebben veel religieus werk gemaakt. Het beeld is in februari 1990 geplaatst.

Jezus is als overwinnaar van de dood afgebeeld met de stigmata duidelijk zichtbaar. In zijn linkerhand houdt hij een vaandel vast waarop het Kruis is afgebeeld. Met zijn rechterhand maakt hij een zegenend gebaar.