Het is met klokluiden en de begraafplaats Zijlpoort in de loop der tijd wel een soort haat-liefdeverhouding geweest. Op de kapel mocht bij de bouw in 1828 onder geen beding een toren, laat staan met klok, komen. De gevoeligheid van de Hervormden waar het betreft klokgelui door Roomsen was enorm en leidde later zelfs haast tot een oorlog tussen de geestelijken van de Hartebrugkerk en Marekerk omdat ze last hadden van het klokgelui van de nabije andersgezinde kerk tijdens hun preken. Er kwam dan ook slechts een uitstulping die de naam toren niet waardig was, waar niet eens ruimte voor een bliksemafleider geweest zou zijn. Maar in 1888 waren er wel wat scherpe kantjes af en mocht er toch wel een torentje met klok op de nieuwe voorgevel van de kapel gezet worden. Het werd een klein klokje, in genen dele een ‘bedreiging’ voor de grote klok van de Zijlpoort, die ieder half uur zijn aanwezigheid uitklonk. En na de bouw van de St. Josephkerk aan de Herensingel in 1926 kwam er ook nog ‘concurrentie’ van de zware klokken van die kerk. Maar het geluid van het klokje van de kapel was toch vrij vaak te horen als er weer eens een (deftige) begrafenis was.
Door verval van het torentje moest in deze eeuw gestopt worden met het luiden van het klokje. Door een storm beschadigd, moest zelfs het hele torentje van de kapel weggehaald worden. Daar kon pas een oplossing voor gevonden worden toen er voldoende geld was, mede te danken aan een royaal legaat. Het torentje werd gerestaureerd en het klokje kon weer naar boven getakeld worden. De op het gebied van klokken en uurwerken bekende Zoeterwoudse firma Elderhorst zorgde ervoor dat het klokje met een afstandsbediening geluid kon worden. En zo strooide ons klokje weer zijn klanken over begrafenisstoeten als ze bij de begraafplaats aankwamen en tijdens de gang van de kapel naar het graf. Tot dit voorjaar…
Nadat geconstateerd was dat ons klokje weigerde te luiden, werd uiteraard de firma Elderhorst benaderd, maar die was bezig de zaken te beëindigen en over te dragen aan de firma Eijsbouts, wereldberoemd als klokkengieter uit Asten, maar ook ervaren waar het betreft uurwerken en alles wat daarmee samenhangt. Deze zomer kwam een vertegenwoordiger daarvan naar onze klok kijken, maar constateerde dat er alleen met een hoogwerker wat te beginnen viel. Hij beloofde dat later dit jaar, als er toch een hoogwerker nodig zou zijn voor een of meer klussen in Leiden of omgeving, ook naar onze klok gekeken zou worden. Het duurde wel heel erg lang, maar op woensdag 17 december 2025 was het dan toch zover. Er kwamen op het afgesproken tijdstip twee auto’s aangereden, waarvan één een hoogwerker, die op het pleintje voor de ingang van de kapel stevig geparkeerd werd. De twee medewerkers van Eijsbouts gingen omhoog, maar kwamen al snel weer naar beneden: eerst moest de stroom eraf. In de kast op het balkon boven het ingangsportaal werden de nodige knoppen omgezet en toen ging het weer naar boven. Daar bleek al snel de reden waarom de klok niet meer wilde luiden: de dikke kabel tussen de kast in de kapel en de klok was helemaal verfrommeld en wellicht door kortsluiting ten onder gegaan. Met een nieuw stuk kabel gingen de heren weer naar boven en werd alles in orde gemaakt. De oude kabel is als bewijsstuk mee naar beneden genomen, en op het stuk naast het nog intacte deel zijn duidelijk indrukken van tanden te zien. Het zijn vrij brede, dus bepaald geen muizentandjes. Vermoedelijk is het een steenmarter geweest, die – zoals bekend – heel graag aan de isolatie van elektriciteitskabels knaagt. Nu is het wel een verschil of je de kabels van bijvoorbeeld een accu van een auto op de grond kapot kunt knagen of dat je het dak van de kapel op moet klimmen om dan in het torentje wat van je gading te vinden, maar steenmarters kunnen ook nog eens heel goed klimmen!
De meneer van Eijsbouts zei dat hij in zijn dertigjarige carrière in het klokkenwerk dit nog niet eerder gezien had, dus we zijn vrij uniek (helaas). Maar hij waarschuwde wel dat mocht dit nog weer eens een keer gebeuren, de kabel in een stevig omhulsel (een kabelgoot of pijp) gedaan zou moeten worden. Dat stuk plastic kost niet zoveel, maar het arbeidsloon om dat op een goede manier aan te brengen, zal flink hoog zijn. Laten we dus maar bidden en smeken dat ons dat niet meer zal overkomen, maar ervan genieten dat ons klokje weer zijn gelui over levenden en doden laat horen.