In het boek Een oase van rust. 180 jaar R.K. Begraafplaats Zijlpoort wordt t.a.v. de uitbreiding van de kapel door het plaatsen van een nieuwe voorgevel met torentje op bladzijde 48 gesteld: ‘Het ontwerp en de uitvoering van de uitbreiding zijn waarschijnlijk toe te schrijven aan Leo van der Laan (1864-1942).’ Aangezien de Commissie voor de begraafplaats (zeg maar: het bestuur) in 1889 toestemming kreeg voor het luiden van het klokje, moet toen de vergroting en verbouwing gereed zijn geweest. Leo van der Laan was toen nog maar 25 jaar oud en bovendien vestigde hij zich pas in 1891 in Leiden. De notulen van de Commissie vertellen dan ook heel wat anders. Op 1 februari 1888 werd besloten tot vergroting van de kapel, hetgeen zo’n f 5000,– zou gaan kosten, waarvan f 4000,– door een lening gedekt zou moeten worden. Men had al toestemming van de drie parochiebesturen, maar de bisschop moest nog om toestemming gevraagd worden. Merkwaardig is dat volgens het brievenboek al op 30 januari 1888 de brief naar de bisschop ging, met als inhoud “dat de kapel al sedert eenige jaren te klein is en veeltijds het getal geloovigen niet kan bevatten.” Op de vergadering van 5 maart 1888 werd dat meegedeeld, en f 3600 aan schuldbewijzen werd geplaatst. Aannemer van de kapel was F. Rietbergen voor f 5000,–, op bestek en tekeningen die hij misschien zelf gemaakt had; hoe dan ook werd het karwei hem gegund. Op de vergadering van 6 juni 1888 viel het besluit tot de aanschaf van “een klok in de toorn der kapel” en tot verhoging van de assurantie met f 6000,– tot f 22.000,–. Omdat op 2 december 1907 besloten werd alle kwitanties tot in de negentiger jaren van de negentiende eeuw te vernietigen, omdat alle Commissieleden uit die tijd al overleden waren, kan helaas niet meer tot in detail nagegaan worden hoe die zaak verder afgedaan is. Franciscus Dominicus Theodorus Rietbergen was metselaar en ervaren in het vak (en wat hij zelf niet wist of kon, was nog wel aan een deskundig katholiek architect elders te vragen). Maar een keihard bewijs dat hij de ontwerper was, kon uit de notulen (of rekeningen) niet afgeleid worden. Hij was op 11 februari 1851 te Leiden geboren onder de naam Franciscus Theodorus Johannes (pas na zijn trouwen wijzigde hij zijn voornamen) als zoon van Johannes Petrus Rietbergen, timmerman, en trouwde 15 juli 1875 te Oegstgeest met Johanna Sophia Dieben. Als ontwerper schijnt hij niet echt actief geweest te zijn.

Bij het onlangs doorkijken van vrij recent archiefmateriaal, viel ineens een ouderwets schoolschriftje met paarsige kaft en etiket Bestek en Voorwaarden van kapel R.C. begraafplaats te Leiden in het oog. Voorin liggen twee kwitanties, de ene uit 1903 voor het smeren van de klok, maar de andere luidend: De ondergeteekende, Franciscus Dominicus Theodorus Rietbergen, metselaar te Leiden, verklaart aan te nemen van de Commissie der RC begraafplaats aan de Zijlpoort te Leiden het vergrooten der kapel met het maken van eene toren volgens door hem gemaakt bestek en teekening voor eene som van vijfduizend gulden, zegge f 5000,00. De aannemer, F.D.T. Rietbergen. Gedaan te Leiden 14 feb. 1888. Een beter bewijs kan men haast toch niet wensen? Al moet je natuurlijk altijd slagen om de arm houden: misschien had hij wel erg leentjebuur gespeeld voor bijvoorbeeld de fijne details van het roosvenster of andere details. Helaas zijn de tekeningen waarnaar verwezen wordt niet aangetroffen, zodat tekenstijl of dergelijke ons niet verder kunnen helpen.
De tekst van bestek en voorwaarden, geschreven in het ietwat slordige handschrift van Rietbergen en weinig getuigend van geletterdheid, luidt: Bestek en Voorwaarden waarna de Commissie der RC begraafplaats hebben aanbesteed aan Franciscus Dominicus Theodorus Rietbergen, metselaar te Leiden, het afbreken der voorgevel van de kapel en het verlengen van de kapel ter lengte van 4,50 meter, het maken van een portaal daarvoor, lang 1,80 meter, en voorgevel met toren, met alle bouwstoffen, gereedschap en alles wat tot een geheele uitvoering noodig is, volgens bijgaande teekening, op de RC Begraafplaats aan de Zeilpoort te Leiden, voor eene som van vijfduizend gulden, zegge f 5000,00.
Art. 1, Afbreekwerk: De voorgevel weg te breken na alvorens eene schutting van geploegd hout op het zangkoor geplaats te hebben, alsook de zijmuren geankerd te hebben. De steen van de voorgevel kan voor de fundeeringen gebruikt worden. De kozijnen met deuren blijft het eigendom der commissie en moet op aangewezen plaats geborgen worden.
Art. 2, Graafwerk: De sleuven van de fundamenten te graven op de vereischte diepte van 2 meter en breedte en de overtollige grond op aan te wijzen plaats te brengen.
Art. 3, Metselwerk: De fundamenten te metselen vanaf 2 meter beneden de vloer of peil geheel overeenkomstig de bestaande fundeering; voorts de noodige heulingen(?) voor de kespen, zoo ook 2 teerlingen voor de kolomen van het zangkoor.
Art. 4, Trasraam: Het trasraam te metselen ter hoogte van 0,50 cm [bedoeld zal zijn meter], de zijmuren ter dikte van 2 steen rijnvorm, de voorgevel ter dikte van 2 steen met verzwaring der contraforten, het portaal ter dikte van 1 steen, alles van waalklinkers in sterke trasspecie.
Art. 5, Opgaand werk: Het trasraam aldus gemetseld zijnde, de muren op te trekken volgens teekening met uitsparing van vensters en deuren, de zijmuren der kapel van harde miskleurig boerengraauw en roode voor de achterlagen. De voorgevel en het portaal van gevel hardgraauw, de achterlagen van roode. De voorgevel en het portaal naar verdeelingslatten te werken en netjes af te snijden. De zijmuren te portlanden zooals het bestaande. [in potlood hierachter staat: de oude te sausen]
Art. 6, Pannendak: Het dak te beleggen met beste blaauwe pannen, dezelve in regte lijnen te verdekken.
Art. 7, Verschillen metselwerk: Alle nieuwe muren van binnen rond volgooijen. De bestaande tegels in het nieuwe portaal liggen, een gemetselde kolk aan de ingang opzij voor het portaal, groot 0,90 x 0,60, met gegoten rooster, voorts al die metselwerken welke uit de aard der zaak voorkomen en tot een geheele voltooijing noodig zullen blijken.
Art. 8, Hardsteenwerk: Langs de voorgevel plinten aan te brengen met schuine kant bewerkt, hoog 0,50 cm, 2 hardsteen dorpels pm [=plusminus] 4 m3 S. Joiresteen voor banden, ramen, sluitsteenen en afdekkingen volgens teekening en nadere details.
Art. 9, Timmerwerk: Alvorens te breken op het zangkoor een schot te plaatsen tot tegen het plafon. Balk- en kaphout: De bestaande vloer in de kapel 4,50 meter doorliggen de kespen of balken en vloerdeelen van gelijke zwaarte als het bestaande. Tot verlenging der kap te stellen twee spanten geheel gelijk de bestaande, zoo ook nokgordingen, muurplaten, bebording, tengels, boeideelen enz.
Tot plaatsing van de toren aan te brengen 2 greene liggers, zwaar 30 x 10, aan de eene zijde in de gevel aan de andere zijde op de spanten met deugdelijke ankers en stroppen bevestigd op deze liggers een greene kruisraam zwaar 25 x 10 cm op de liggers ingewerkt en met ankers verbonden. Verder 4 hoofdstijlen zwaar 22 x 20 cm, waartussen kruisschoren zijn aangebracht van dezelfde zwaarte. De vier genoemde hoofdstijlen ter hoogte van de klokkenzolder door vier liggers verbonden, zwaar 22 x 10 cm; de vloerbalkjes voor de klokkenzolder zwaar 18 x 10 cm, de vloer 3 en een ijzeren pijp te brengen vanaf de klokkezolder tot het plafon. Verder de spits bestaande uit makelaar en acht spantjes. De geheele toren uit te voeren in greenehout en voor zoover de afmeting van het klein timmerwerk niet opgenomen zijn, deze te maken zooals op teekening aangegeven is. Het ondergedeelte van de toren en de spits te beborden. Het bestaande zangkoor uitbreken en achteruitbrengen, het geheel in goede staat opleveren. Voorts tot toegang naar het koor een trap te maken, breed 0,80, 4 cm boom en trede buiten leuningpijlen en binnenleuning, balusters enz. In de toren op de zijkan een deurtje maken en in het vlak een luik. Voorts 4 kozijn in de zijgevels met ramen als de bestaande.
Schrijnwerk: Voor het portaal te maken 3 deuren; deze deuren in eikenhout regelwerk, zwaar 4 cm, beschot 2 cm, af te hangen in eiken kantlatten, zwaar 3 cm, op in de muur gemetselde klossen bevestigd. De deuren te voorzien van gehengen, slotplaat, schuiven, grendels volgens teekening. Voor de kleine deur een luchtdrukveer. Voorts al die timmerwerken welke uit de aard der zaak voorkomen en blijken zullen noodig te zijn.
Loodgieterswerk: De gote bekleeden met 30 [pond?] lood, zoo ook het vlak in de toren, de nok en hoekepen met 25 [pond?] lood met de muts op de spits. Voorts het benoodigde braamlood langs de gevels in het metselwerk ingewerkt, zoo ook het benoodigde lood aan het raam in de voorgevel giet- en stellood voor plintankers enz. Voorts de noodige zinken verlaatbakken met pijpen. De toren en portaal geheel te dekken met leijen, alles naar behooren met looden leijen bewerkt, geheel naar genoegen der Commissie.
Stukadoorwerk: Alle nieuwe muren zuiver vlak uitrapen en overpleisteren met geleste steenkalk met gips, het plafon berieten en het geheel te volgen met banden en kroonlijst. Voorts alle muren en plafon der kapel wit opleveren geheel ten genoege der Commissie [in potlood door Rietbergen toegevoegd: en het portaalplafon stuken zoo plafon van het koor]
Smidswerk: Te leveren de noodige ankers voor bindten, plinten, beugels, koppelijzer voor de kap en toren en het kruisportaal. Voorts fijn smeewerk voor het kruis op de toren en gesmeede hengen volgens nadere teekening en details.
Schilder- en glaswerk: Alle buitenhoutwerken 3 maal te verwen, de 3 buitendeuren te oliën en de trap, groote kozijn in het portaal met de deuren, 4 lichtkozijn met ramen, kleur naar keur der Commissie. De ramen in de zijgevel beglazen met gewoon glas, in de voorgevel met groen broeiglas.
Bepalingen en voorwaarden: De aannemer is verpligt te zorgen dat tijdens het begraven niets in de weg zal staan en het werk zoodanig uit te voeren dat geen oponthoud ontstaat bij die plegtigheden.
De aannemer is verpligt zich te onderwerpen aan de Commissie der begraafplaats, welke Commissie het regt heeft om bij geschillen een deskundige te raadplegen; zoo ook kan in zulk geval een tegenpersoon voor hem benoemen, waar beide partijen genoegen nemen.
Betaling: De betaling zal geschieden tijdens de bouw naar gelang de werkzaamheden vorder zal de aannemer eenduizend gulden ontvangen, het 2de gedeelte groot drieduizendvijfhonderd gulden tussen 1 en 15 julij 1888, het restant groot vijfhonderd gulden 1 januarij 1889, gedurende welke tijd hij het werk moet onderhouden.
Tijdsbepaling: In geval het werk niet op den 15 Mei 1888 gereed is, zal den aannemer voor iedere week later oplevering een maand later het geld ontvangen.
Tekening van de oude situatie
ontwerp bouwtekening kapel (RAL LEI001003359)
De Aannemer (w.g.) F.D.T. Rietbergen.